Columns Noël Creemers

Linds Volkssprookje deel 3

  Column

De voorheen dikke, maar nu ultradunne man die na het bezoek aan zijn huisarts de Lindse afvalrace in gang had gezet – laten we hem gemakshalve maar Sjef noemen, want zo heette toentertijd iedere man in Leende – zei op een dag tegen zijn vrouw, die we maar eens zullen tooien met de prachtige naam Mieke: "Mieke". "Ja Sjef", zei Mieke op haar beurt, waarop Sjef het volgende opbiechtte: "Mieke, ik ben nu wel weer jouw 'strakke menneke' van vroeger en kan weliswaar mijn veters weer met gemak strikken, het lukt me zelfs mijn benen in mijn nek leggen,- let wel, de één na de ander, niet tegelijk -,en ook de vrouwtjes kijken weer naar me, laatst floot er zelfs één, maar dat ik me senang voel, dat ik helemaal in mijn hummetje ben kan ik niet zeggen. Om heel eerlijk te zijn voel ik me beroerder dan ooit tevoren". Zo, dat kwam aan bij Mieke en vooral dan wat haar Sjefke te berde had gebracht over de aandacht van het Leendse vrouwvolk. "Dat vind ik niks nie leuk om te horen, Sjef, maar weet je, hetzelfde geldt eigenlijk ook voor mij, behalve dan natuurlijk wat je zei over de vrouwtjes. Wel hoor ik complete serenades van je voormalige kroegkompanen bij het keukenraam, maar dit terzijde. Ook ik ben met mijn kilo's mijn goede humeur en welbevinden kwijtgeraakt. Wat wij moeten doen is naar onze huisarts gaan. Die weet vast de oplossing." Zo gezegd, zo gedaan.

De volgende ochtend begaven Sjef en Mieke zich naar de in een prachtige villa – het was nog net geen kasteel – residerende huisarts. Toen zij de spreekkamer binnenkwamen zagen zij gelijk dat er iets loos was met de man. Aan zijn figuur mankeerde hoegenaamd niets, er zat geen grammetje vet aan zijn lijf, maar wat keek hij toch sip uit zijn knikkers. Nee, de man oogde bepaald niet gelukkig. Wat was er aan de hand? Voordat Sjef of Mieke ook maar iets kon zeggen barstte de graatmagere geneesheer in huilen uit. "Dit alles", zo bracht hij snotterend en snikkend uit, "heb ik op mijn geweten! Het spijt me zo, ik schaam me, heb meelij met mij!". Hier was duidelijk sprake van een man in nood; een huisarts (hijzelf?) diende met spoed te worden geconsulteerd. Na enkele gierende uithalen vervolgde de brave man: "Dit moet stoppen, het is een en al gekkigheid. En ik, onwetende, ben de aanstichter van deze ramp. Woehoe!!!".

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden