Kennis van toen

Foto: Foto:

Wat de provincie Zeeland, waar ik onlangs een weekje heb vertoefd, en meneer Verschoor, mijn ultrastrenge meester op de basisschool, met elkaar van doen hebben, zal ik in deze column eens haarfijn uit de doeken doen. Anders dan bijvoorbeeld Noord-Brabant bestaat de provincie Zeeland uit min of meer afgebakende gebieden, die ieder hun eigen naam hebben. In het verleden bestond Zeeland immers uit een groot aantal eilanden. Onder andere door bedijking en veel later door infrastructurele projecten zijn deze eilanden aan elkaar geklonterd, waardoor deze gebieden al tijden de naam 'eiland' eigenlijk niet meer verdienen. Hoe het nu is weet ik niet, maar toen ik op de basisschool zat hadden we het nog gewoon over de Zeeuwse eilanden en werd er van iedere leerling verwacht dat je daarvan de namen en locaties kende. Computers hadden we niet, maar waarover de meesters en juffen, zoals ze toen werden genoemd, wel beschikten waren die prachtige topografische school kaarten. Doordat die kaarten waren bevestigd op stokken, één aan de onder- en één aan de bovenkant, en doordat ze bovenaan waren voorzien van een stuk touw, konden ze worden uitgerold en opgehangen. De mooiste kaart vond ik die van Zeeland. Daarop was vooral ook heel veel water te zien. Ik vond toen ook al de vorm van deze provincie heel bijzonder. Het leek wel of een kunstenaar was gevraagd de provincie van zijn dromen te ontwerpen. Nog kan ik terughalen hoe meester Verschoor met zijn stok, die geleek op de stokken van de kaart, één der eilanden aanwees en vervolgens iemands naam riep: "Van Beek, welk eiland is dit?" En o wee als Van Beek het niet wist... "Jij weet de naam van dit eiland niet! Misschien dat Van den Heuvel beter heeft opgelet. Van den Heuvel, zeg het maar!" Wat waren we allemaal bang van onze meester en wat hebben we veel van hem geleerd! Aan het eind van het jaar kenden we niet alleen alle Zeeuwse eilanden, maar schudden we ook alle hoofdsteden van Europa soepeltjes uit onze mouw en was ons bekend wat de 30 langste rivieren van de wereld waren. Nutteloze kennis, zo stelt men nu, maar toch bedankt, meester Verschoor!

Meer berichten