Columns Noël Creemers

In het bos

Foto: Foto:

Het was een sombere dag en toch liep ik in het bos. Dat krijg je als je een hond hebt die geen genoegen neemt met een wandelingetje door de wijk. Regendruppels vielen van de takken. De sfeer was verstild. We waren geheel alleen, mijn hond en ik. Iets verderop rechts was een bospad dat ik voor ons in gedachten had. Voor mezelf noemde ik dat het donkere pad, omdat de bomen er zo dicht tegen het pad aanstaan dat zelfs op een zonnige dag het licht de grond niet bereikt. Mijn hond liep een meter of tien voor me uit en sloeg dus eerder dan ik het bewuste pad in. Daar aangekomen stond zij, het is een vrouwtje, op me te wachten. In mijn ogen keek ze angstig achterom, waarbij ze het niet kon laten met haar tong te likken, ook een teken van angst. Ik probeerde haar te kalmeren, aaide haar kop en kroelde wat achter haar oren, maar ze bleef onrustig. Iets of iemand maakte haar bang, zo leek het. Ik keek het pad in, turend als een padvinder, maar kon niets vreemds ontwaren. Ik spoorde mijn hond aan met me mee te gaan, verder het pad in. Met tegenzin liep ze met me mee. Ze bleef nu, geheel tegen de gewoonte in, dicht bij me. Duidelijk was dat ze zich nog steeds niet op haar gemak voelde. Plots bleef ze weer staan, wilde teruglopen. Ik kon haar nog net te pakken krijgen, probeerde haar gerust te stellen, maar ze bleef zenuwachtig. Ik deed haar riem om, misschien hielp dat. Toen ik verder wilde, zette ze zich schrap. En dat niet alleen, maar ze begon ook te grommen. Er was iets. Maar wat? Nogmaals keek ik het pad af. Was er misschien een everzwijn in de buurt? En ineens zag ik het, een vaag schijnsel helemaal aan het einde van het pad. Een substantie was het niet; het leek te bestaan uit contouren en transparant te zijn. Een plotselinge windvlaag deed het verschijnsel licht bewegen. De luchtstroom leek er ook doorheen te gaan. Verdergaan durfde ik niet, bang om iets te verstoren, maar ook uit ontzag, geen angst, voor het raadselachtige fenomeen. Op enig moment veranderde de geheimzinnige manifestatie van vorm. Ofschoon het windstil was, leek het te verwaaien, en op den duur te verdwijnen. En inderdaad, er kwam een moment dat er niets meer was. Het verschijnsel was opgelost. Ik bleef nog even staan, in verwondering. Wat had ik gezien? Had ik iets gezien?

Meer berichten